Krachtgever (1993-98)

De eerste versie van de Krachtgever werd ontwikkeld in samenwerking met studenten en medewerkers bij werktuigbouwkunde aan de Universiteit Twente te Enschede in het kader van TARt’93. Op de eerste presentatie, november ’93, werden drie manshoge stapelingen van drie stalen kisten per toren en één stapeling, bestaande uit acht houten kisten, getoond. De kisten zijn door spiraalveren met elkaar verbonden. Aan elke stapeling is een excentrisch draaiende elektromotor bevestigd. Deze trilmotoren worden bestuurd door een computer, die de draaisnelheid van een motor zodanig varieert dat er interessante interferenties ontstaan tussen de opgelegde trilfrequenties en resonantiefrequenties van een stapeling. Dit maakt het mogelijk een kist gescheiden van de andere kisten in trilling te brengen, dan wel de hele stapeling in éénzelfde trilling. Ook combinaties van trillingen die tegelijkertijd plaats vinden op de verschillende niveaus van een stapeling kunnen worden opgewekt. In 1994 werd het project in een nieuwe vorm gepresenteerd op PERRON 1 te Delden en op DEAF 94 bij V_2 te Rotterdam. Alle gebruikte houten kisten (28) zijn in deze opstelling met elkaar verbonden, resulterend in een geluidssculptuur van zeven kisten (6 meter) breed en vier kisten (2.50 meter) hoog. In 1998 werd Krachtgever gelauwerd met een Gouden Nica in de categorie “computermuziek” in het kader van de Prix Ars Electronica te Linz. Aldaar werd zij voor het eerst getoond in een dubbel zo grote opstelling met 56 kisten en een breedte van 12 meter. In elke kolom van vier kisten zit een trilmotor. In totaal zijn er nu dus minimaal zeven, maximaal veertien trillingsbronnen. In de kisten zit materiaal dat geschud wordt.

 

 

Dit materiaal, verschillend in volume, gewicht en klank heeft ook weer eigen trileigenschappen. Het samenspel van de opgelegde trillingen aan alle elementen, van trilmotor naar spiraalveer, naar kist, naar materiaal in de kist en dit nog enkele malen op elkaar gestapeld, levert een buitengewoon complex geheel op. Hoe meer kisten met elkaar verbonden worden door spiraalveren en hoe meer gescheiden aan te sturen trillingsbronnen des te complexer zal het systeem zich gedragen. Ondanks deze complexiteit is de relatie tussen alle visuele en auditieve elementen van de installatie eenduidig. Het geluid is puur, onversterkt en rijk aan details, zoals ook in de installatie Was der Wind zum klingen bringt (1989-90 ). Het geluidsrepertoire van de Krachtgever kan worden omschreven als klankstapelingen, die zowel in sterkte, timbre en ritmiek variëren van subtiel tot zeer krachtig, van ordelijk tot chaotisch.

 

 

 

 

 

Este sitio web utiliza cookies para que usted tenga la mejor experiencia de usuario. Si continúa navegando está dando su consentimiento para la aceptación de las mencionadas
cookies y la aceptación de nuestra política de cookies, pinche el enlace para mayor información.

ACEPTAR
Aviso de cookies