Trajectversterker (1993) and Vooruitgang (1994)

In de Trajectversterker worden trillingen opgewekt die objecten kunnen transporteren over een lijn, een weg, opgebouwd uit houten elementen. De trillingen over deze weg lopen in één richting. Het traject dat wordt afgelegd is variabel van lengte, afhangend van de expositieruimte. Op de eerste presentatie, november 1993 in Rijksmuseum Twenthe te Enschede, in het kader van TARt’93, was het een rechte lijn van zo’n 13 meter lengte en liep de weg schuin omhoog. De objecten bestonden uit ruwe, onafgewerkte Hollandse klompen van verschillende afmetingen. De acht houten elementen die de weg vormen zijn als een sandwich geconstrueerd, d.w.z. zij hebben een holle bodem. Een stijve constructie, noodzakelijk om de trilling over de hele lengte goed door te geven. Tegelijkertijd dienen deze holle ruimtes als klankkast voor de eroverheen trillende objecten, die zich, éénmaal op de weg terecht gekomen, onder een kleine hoek omhoog verplaatsen. Ze reizen over de weg, de zwaartekracht voorbij, naar een punt in de verte. De mogelijkheden voor de computer beperken zich in deze installatie tot het in- en uitschakelen van trilmagneten in steeds verschillende combinaties. Op het eerste gezicht leidt dit tot ordelijk gedrag, bij nader inzien blijken de opgewekte trillingen op verschillende plaatsen van het traject echter niet alleen onderling te verschillen in intensiteit, maar ook ter plekke te wisselen in sterkte. Zelfs veranderingen in de posities van objecten, die zich over hetzelfde element verplaatsen, zijn van invloed op elkaar. Doordat de trillingen, opgewekt door de trilmagneten, niet alleen boven in de elementen plaats vinden, maar zich ook door het statief verplaatsen, kan het hele traject zodanig complex in trilling gebracht worden dat het onvoorspelbaar is of een object het einde van de weg zal halen. Ook hier leidt schijnbare technische eenvoud tot complexiteit. De Trajectversterker biedt subtiele mogelijkheden tot het verplaatsen, het laten reizen van geluid in een ruimte, waarbij vorm en de akoestiek van de ruimte zelf natuurlijk ook een grote rol speelt. Elk object heeft een eigen muzikale identiteit en zijn eigen tempo, afhankelijk van materiaal, grootte, vorm etc. Het geluid van de Trajectversterker varieert van grote energieke volumes tot het nauwelijks hoorbare.

Eind 1994 kwam het project de Vooruitgang tot stand. De Vooruitgang is gebaseerd op dezelfde principes als de Trajectversterker. De Vooruitgang is echter veel lichter van constructie, vergeleken met het robuuste, industrieel ogende uiterlijk van de Trajectversterker. Nog belangrijker is het verschil in vorm en, daaruit voortvloeiend, in geluid. De dertien meter lange, rechte, omhooggaande Trajectversterker heeft zowel in de vorm als in het geluid een begin- en een eindpunt. Een object op de baan heeft geen weg terug en komt vroeg of laat op zijn eindpunt aan. Hetzelfde stuk traject wordt niet weer afgelegd. Bij de Trajectversterker kun je dus spreken van eindigheid in vorm en geluid. Bij de Vooruitgang is er echter sprake van oneindigheid. De vorm van het traject is gesloten en er is geen begin of einde in het geluid. In Palais Bondy te Lyon, maart 1995, was de opstelling een “bijna-vierkant” van 4 bij 4.75 meter. De objecten klimmen ononderbroken met horten en stoten, vallen en klimmen verder, vallen en klimmen, etc., in een “circulair”, oneindig traject. Dezelfde weg wordt steeds opnieuw afgelegd, echter in altijd verschillende combinaties van groepen en/of éénlingen die elkaar belemmeren of helpen. Het geluid zwelt aan of neemt af in aldoor wisselende combinaties van klanken, die, éénmaal gespeeld, nooit meer zullen terugkomen door de continue stroom van veranderingen. Het accent van het geluid van de Vooruitgang ligt niet op grote energieke volumes en klankstapelingen, maar eerder op een intieme beleving rondom enkele zich verplaatsende stukjes materie.