Último Esfuerzo Rural I (2004-2008)

Último Esfuerzo Rural (“Ultieme Landelijke Inspanning”) werd voor het eerst getoond in Valencia in het kader van het hedendaags muziek festival Ensems, mei 2004. Eigenlijk zijn het twee installaties. Beide brengen geluiden voort, groot of klein, altijd ongepolijst, gevoelig en individueel. Eén deel bestaat uit maximaal negen reusachtige “zambombas” (foekepotten), 1m30 metende wijntonnen, bespeeld door pneumatische cilinders. Het andere deel wordt gevormd door drie of meer hooivorken die op metalen platen krassen. Beide machines hebben een buitengewone klankwereld. Zó eigen dat de oorsprong geen andere kan zijn dan het boerenland. Een gevoel dat opstijgt vanuit het diepste binnenste net zoals het balken van een ezel. De hooivorken zijn een kleine machine die een grote energie uitstraalt terwijl de tonnen juist een zeer grote machine vormen met een relatief kleine energie. Het minimale met een maximaal rendement of het maximale met een minimum rendement, het resultaat is hetzelfde: Uit deze paradox wordt poëzie geboren.

In technisch opzicht verenigen beide machines het agrarische, mechanische en elektronische tijdperk. In mentaal opzicht overheerst het agrarisch denken. De landelijke wereld is “zelfdenkend”: Het individu zoekt zelf eenvoudige maar toch creatieve en speelse oplossingen voor de problemen die zich voordoen in de hem omringende wereld (met zweet, kracht en moed). Een geestestoestand die lijkt te verdwijnen in onze globaliserende wereld. Wij willen niet zo zeer het boerenleven romantiseren, echter wel het originele denken en de kracht van het individu. Wij denken dat ons werk op een vergelijkbare manier ontstaat. Último Esfuerzo Rural volgt de “triltraditie”, kenmerkend voor vele eerdere projecten. Echter een ander natuurkundig fenomeen, zeer verwant aan trillingen, wrijving, is de oorsprong, dirigent en solist van de muziek die zij voortbrengt. Ze leveren een zeer krachtige combinatie op, de landelijke geest en het niet-liniaire en onvoorspelbare fenomeen wrijving. Dit bijna natuurlijke paar gaat perfect samen met onze algemene interesse in het creëren van machines met eigen leven en taal. De akoestische sfeer van het werk is een mix van zeer lage frequenties, voor een deel zelfs beneden de gehoorgrens, en atonale krasgeluiden. Deze inspanning met zijn buitengewone geluid en zijn mentaal en associatief potentieel kondigt een nieuwe etappe aan in de serie van trilmachines.

Voor het MEM festival 2006 te Bilbao ontwikkelden wij een nieuw type zambomba. Deze werken in een ander frequentiegebied dan de grote tonnen en voegen veel levendigheid toe. De grote tonnen klinken en trillen harder dan ooit door individuele versterking met microfoon en bascombo, terwijl het nieuwe model verrassend organisch klinkende klanken produceert, mysterieus en speels tegelijk. Ook de hooivorken ondergingen een simpele maar effectieve ingreep. In plaats van te krassen op een speciaal ervoor gemaakte constructie, gebruikten wij de etalageruit van de galerie. Zo verplaatst het werk zich naar de publieke ruimte, van de galerie naar de straat. Het geluid van glas is droger en directer dan van de staalplaten die we totdantoe gebruikten en het beeld is eenvoudiger en helderder. Verdere uitbreiding van beide componenten van Último Esfuerzo Rural zullen de kracht van het werk nog doen toenemen, samen of apart tentoongesteld.